De Omgevingswet

Of je nu inwoner of ondernemer bent in onze prachtige gemeente: je wilt wonen in een aantrekkelijke omgeving en ondernemen waar kansen zijn. Dit betekent dat je samen moet nadenken over wat je wilt met je omgeving en hoe je dat met elkaar gaat oppakken. Daar biedt de Omgevingswet ruimte voor.

Met de komst van de Omgevingswet gaat de regelgeving voor de fysieke leefomgeving flink op de schop. 26 wteten en de daarbij behorende regelingen worden samengevoegd tot 1 wet, 4 AMvB’s en 10 ministeriële regelingen. Dit is de grootste wetswijziging sinds de invoering van de Grondwet.

Met de invoering van de Omgevingswet staan 4 doelen centraal:

  1. Meer samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving in de fysieke leefomgeving
  2. Meer bestuurlijke afwegingsruimte om lokaal maatwerk te kunnen leveren
  3. Beter inzicht in, voorspelbaarheid van en gebruiksgemak van de regels in het omgevingsrecht
  4. Een snellere en betere besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving

De nieuwe Omgevingswet betekent minder regels, meer ruimte voor initiatieven en meer verantwoordelijkheden voor inwoners en ondernemers. Dit moet er voor zorgen dat het eenvoudiger, beter en sneller gaat. Tegelijkertijd krijgen gemeentes meer ruimte voor lokale invulling. Dit vraagt om een omslag in denken en doen.

Dit verandert er door de Omgevingswet

De Omgevingswet treedt op 1 januari 2021 in werking. De periode van invoering loopt door tot 2029. In die periode is er ruimte om de principes van de wet en de andere manier van werken in te voeren en te verbeteren.

Eenvoudiger en overzichtelijker

Er zijn nu tientallen wetten en nog veel meer regelingen voor de inrichting van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Al die wetten hebben hun eigen uitgangspunten, doelen en afwegingskaders. Dat maakt het ingewikkeld. Niet alleen voor de mensen die er mee moeten werken. Ook voor ondernemers en inwoners.

  • Van 26 weten naar 1 wet (de Omgevingswet)
  • Van 5000 wetsartikelen naar 350
  • Van 120 ministeriële regelingen (AMvB’s) naar 4
  • Van vele bestemmingsplannen en verordeningen naar 1 digitaal omgevingsplan per gemeente

Gelijke informatiepositie

Uitgangspunt in de Omgevingswet is een gelijke (digitale) informatiepositie van initiatiefnemer, belanghebbende en bevoegd gezag. Het digitaal stelsel heeft voor de gebruiker de vorm van één digitaal loket en brengt alle gegevens over de fysieke leefomgeving bij elkaar. Zo beschikken overheden, inwoners en bedrijven over dezelfde informatie.

Meer ruimte voor lokale initiatieven

Gemeenten mogen zelf, meer dan nu, samen met inwoners, per gebied bepalen wat wel en wat niet kan. Er is meer ruimte voor lokale afwegingen. Participatie heeft een prominente plek in de Omgevingswet. Gemeentes en inwoners bepalen samen de kwaliteit in de leefomgeving.

Door de Omgevingswet komt er meer bestuurlijke afwegingsruimte voor de gemeente. Dit vraagt van raadsleden een meer kaderstellende rol op hoofdlijnen. In de houding die dit van gemeentebestuur en medewerkers vraagt, geldt: meer meedenken met de omgeving, beslissen over hoeveel ruimte er wordt geboden en loslaten.

Snellere procedures

In de Omgevingswet wordt de procedure voor vergunningverlening standaard 8 weken. Dit vraagt om een snelle en adequate vergunningverlening. De 8 weken zijn aangegeven als standaard, omdat de gedachte is dat aan de voorkant de initiatieven met alle betrokkenen zijn besproken en doordacht.

Er geldt een uitgebreide voorbereidingsprocedure (maximaal 26 weken) als de aanvraag om een omgevingsvergunning:

  • strijdig is met het omgevingsplan;
  • grote gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving;
  • veel belanghebbenden kent.

6 kerninstrumenten

In de Omgevingswet kent 6 kerninstrumenten.

De Omgevingsvisie is een integrale visie voor de fysieke leefomgeving. Het beschrijft de strategische keuzes voor de lange termijn, de ambities én de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het is een verplicht instrument voor de gemeente en vervangt de huidige structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen, milieubeleidsplannen enzovoorts.

Het Omgevingsprogramma verbindt de doelen van de visie aan de uitvoering. Het beschrijft concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Een programma is niet verplicht.

Het Omgevingsplan regelt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast kan het algemene regels stellen voor activiteiten. Vanaf de invoeringsdatum van de Omgevingswet krijgen alle bestemmingsplannen de status van een omgevingsplan. Vanaf 2029 is het verplicht om 1 omgevingsplan te hebben voor het gehele grondgebied van de gemeente.

De Omgevingsvergunning is de integrale toets of ruimtelijke ontwikkelingen (zoals slopen, bouwen, oprichten, gebruiken maar bijvoorbeeld ook kappen) plaats mogen vinden. Er is 1 bevoegd gezag en er komt 1 besluit op 1 aanvraag. De procedure voor vergunningverlening wordt standaard 8 weken.

De Algemene regels voor activiteiten beschermen de fysieke leefomgeving. Initiatiefnemers weten vooraf wat de mogelijkheden zijn. Er komen vier ‘Algemene Maatregelen van Bestuur’. Het gaat om:

  • Besluit activiteiten leefomgeving
  • Besluit bouwwerken en leefomgeving
  • Besluit kwaliteit leefomgeving
  • Omgevingsbesluit

Het Projectbesluit is een instrument voor het Rijk, provincies en waterschappen dat nodig is voor ingrijpende en ingewikkelde projecten waarbij een publiek belang speelt. De gemeente kan geen gebruik maken van het Projectbesluit.

Oefenen met de kerninstrumenten

Zutphen oefent met de nieuwe kerninstrumenten. De belangrijkste zijn de omgevingsvisie, het omgevingsplan, het programma en de omgevingsvergunning.

We doen ervaring op met het werken en opstellen van deze kerninstrumenten. Zo zijn we al aan de slag gegaan met een omgevingsplan voor het landelijk gebied.

Meer informatie

Kijk eens op de website van de rijksoverheid of neem contact op met ons kernteam Omgevingswet via telefoonnummer 14 0575 of via e-mail: info@zutphen.nl.