Aanleg glasvezel

Wij krijgen regelmatig de vraag wanneer in de wijken glasvezel wordt aangelegd.

Gemeenten hebben op basis van Europese en nationale wetgeving een zeer beperkte rol in de aanleg van glasvezel. Het is in principe geheel over gelaten aan de markt. Wel is er verschil tussen gebieden waar al snel internet (minimaal 100 MB per seconde) wordt aangeboden (de zogenaamde 'zwarte' gebieden) en gebieden waar minder dan 30 MB per seconde wordt aangeboden (de 'witte' gebieden).

Gebieden waar al snel internet is

Overal waar coax ligt binnen de bebouwde kom, is de snelheid van het internet minimaal 100 MB per seconde. Alleen marktpartijen kunnen ervoor kiezen om glasvezel aan te leggen in deze gebieden. Het enige wat gemeenten mogen, en zelfs moeten, doen is toestaan dat kabels voor datacommunicatie worden aangelegd. Daarbij kunnen wij voorwaarden stellen aan bijvoorbeeld de diepte waarop kabels worden gelegd, de tracés, het herstraten of het herstellen van groenvoorziening na de graafwerkzaamheden.

Gebieden met traag internet

Wij kunnen wel ingrijpen op plaatsen waar geen of nauwelijks een goede internetverbinding wordt geboden. Bijvoorbeeld in buitengebieden, waar de snelheden (vaak veel) minder zijn dan 30 MB/s. Hier mag de overheid, onder zeer strenge voorwaarden, wel een en ander doen.

Aanleg glasvezel buitengebied afgerond

Dit is ook gebeurd in het buitengebied van Zutphen en Warnsveld: daar is de aanleg van glasvezel inmiddels afgerond.

De praktijk

In de praktijk betekent dit dat marktpartijen, die zich bezig houden met de aanleg van glasvezel, kabels leggen in gebieden waar de internetsnelheid laag is (minder dan 30 MB/s). In de kernen van de gemeente kan deze snelheid gehaald worden. Het is daarom commercieel niet interessant voor de marktpartijen om hierin te investeren.